Rb. Noord-Holland 26 februari 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:2299

Op grond van de Wet op het primair onderwijs verleende aanvullende bekostiging ten onrechte ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank is van oordeel dat de letterlijke tekst van artikel 29, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO (het Besluit), zoals dat luidde tot 1 augustus 2010, duidelijk is en dat uit die tekst volgt dat verweerder terecht aanvullende bekostiging aan eiseres heeft verstrekt ten behoeve van het schooljaar 2009/2010 in verband met de groei van het aantal leerlingen op een van haar basisscholen. De rechtbank is voorts – anders dan verweerder – van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de bedoeling van de wetgever zich tegen het verstrekken van aanvullende bekostiging aan eiseres op grond van artikel 29, eerste lid, van het Besluit, zoals dat tot 1 augustus 2010 luidde, verzet. Uit de relevante wetsgeschiedenis blijkt niet dat de wetgever heeft beoogd dat in een geval als het onderhavige, waarin een bevoegd gezagsorgaan zowel een basisschool met leerlingentoename als een basisschool met leerlingenafname beheert, geen aanvullende bekostiging wordt verstrekt. Integendeel, uit de wetgeschiedenis behorende bij artikel 29, eerste lid, van het Besluit, zoals dat met ingang van 1 augustus 2010 luidt, blijkt dat het tot 1 augustus 2010 uitdrukkelijk de bedoeling van de wetgever is geweest de groeiregeling per (individuele) school toe te passen. Voorts blijkt uit die wetsgeschiedenis dat bevoegde gezagsorganen met krimp- en groeischolen tot 1 augustus 2010 niet werden gekort voor de daling op de basisschool met een leerlingenafname en dat deze organen tot die datum, indien de drempel werd gehaald, extra bekostiging kregen voor de groei op de basisschool met een leerlingentoename.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken