Rb. Noord-Holland 24 september 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:12275
Werkgever heeft aan ontslag op staande voet van de werknemer informatie ten grondslag gelegd die is verkregen door middel van een verborgen camera. De kantonrechter gaat ervan uit dat de bodemrechter zal oordelen dat de camerabeelden onrechtmatig verkregen zijn, omdat niet vooraf kenbaar is gemaakt dat cameratoezicht zou (kunnen) plaatsvinden. De kantonrechter laat de camerabeelden echter wel toe als bewijs, omdat in beginsel het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt en het belang dat partijen erbij hebben hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken, zwaarder weegt dan het belang van uitsluiting van bewijs (met verwijzing naar HR 11 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1632).
De uitspraak op rechtspraak.nl