Rb. Noord-Holland 11 december 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:12135

Promis; preliminaire verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM dan wel bewijsuitsluiting met betrekking tot huisrecht en OM-beleid verworpen; medeplegen kraken meermalen gepleegd en medeplegen van vernielingen meermalen gepleegd bewezen verklaard; bewijsmiddelverweer en bewijsverweren met betrekking tot onrechtmatige aanhouding, geen sprake van medeplegen, geen sprake van medeplegen vertoeven, galerij is geen woning, ontbreken van wederrechtelijkheid verworpen; strafoplegging; verbeurdverklaring. Verdachte heeft zich tezamen met zijn zeventien mededaders schuldig gemaakt aan het medeplegen van kraken van een aantal leegstaande appartementen. Voorts hebben verdachte en zijn mededaders ten behoeve van hun kraakactie zowel buiten als binnen de woningen allerlei vernielingen aangebracht. Kraken en vernielen zijn een hinderlijke en overlast gevende feiten waarbij verdachte en zijn mededaders door hun handelen enerzijds een inbreuk hebben gemaakt op het eigendomsrecht van de rechthebbende van de gekraakte panden en de rechthebbende daarnaast materiële en financiële schade hebben toegebracht. Daarbij weegt de rechtbank mee dat kraken tevens gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt. Ten gunste van verdachte neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat verdachte blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie gedateerd 4 november 2014 in het verleden niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Daarnaast is de rechtbank met de raadsvrouw van verdachte van oordeel dat in het voordeel van verdachte rekening dient te worden gehouden met de vanwege de verbouwing van politiebureau Koudenhorn mogelijk niet geheel ideale omstandigheden waaronder verdachte is ophouden, overigens zonder dat de rechtbank ter zake een vormverzuim kan vaststellen. De rechtbank heeft bij de bepaling van de duur of hoogte van de straf daarvan de straffen die zij in vergelijkbare zaken pleegt op te leggen, in ogenschouw genomen. De rechtbank is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat aan verdachte een lagere en tevens deels voorwaardelijke straf dient te worden opgelegd dan de straf die door de officier van justitie is geëist. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van het na te noemen aantal uren moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee (2) jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen