Rb. Noord-Holland 13 november 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11859
Drugskoerier met ruim 14 kilo cocaine in zijn koffer. Voorop staat dat een reiziger verantwoordelijk is voor de inhoud van zijn ruimbagage en in de regel heeft te gelden dat een reiziger bekend moet worden geacht met de precieze inhoud van zijn bagage. Hierbij is van belang dat het onwaarschijnlijk is dat een organisatie een hoeveelheid cocaïne die een aanzienlijke straatwaarde vertegenwoordigt meegeeft aan een onwetende reiziger met alle risico’s van dien. Voornoemd uitgangspunt leidt slechts uitzondering indien sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het opzet op de invoer, ook in voorwaardelijke vorm, ontbreekt. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval van vorenbedoelde bijzondere omstandigheden geen sprake is, en integendeel moet worden aangenomen dat verdachte wist dat er cocaïne in zijn koffer was verborgen. De stelling van verdachte dat de cocaïne in de koffer terecht moet zijn gekomen op het moment dat verdachte zijn handen aan het wassen was, acht de rechtbank niet aannemelijk. Zelfs voor een drugsorganisatie lijkt het onmogelijk om in zo’n korte tijd, in de vertrekhal van de luchthaven drugs in een koffer te verstoppen. De rechtbank heeft bij haar oordeel aangaande de ongeloofwaardigheid van de verklaring van verdachte voorts betrokken dat de verklaringen van verdachte ten aanzien van onder andere zijn reisdoel, zijn financiële situatie en zijn vriendin, sterk wisselend en inconsistent zijn. Beroep op schending van art. 32a Sv verworpen. De raadsvrouw van verdachte heeft aangegeven het dossier in het bijzijn van een tolk te hebben doorgenomen met verdachte. De raadsvrouw heeft ter terechtzitting niet aangegeven dat, en zo ja, op welke punten daarbij door de verdachte onjuistheden zijn aangetroffen in het dossier. Ook verdachte heeft hiervan tijdens de behandeling ter terechtzitting op generlei wijze blijk gegeven. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat er geen onjuistheden in het dossier stonden, als gevolg van het ontbreken van een tolk, dan wel anderszins. Verdachte is hierdoor derhalve niet in zijn belangen geschaad.
De uitspraak op rechtspraak.nl