Rb. Noord-Holland 26 november 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:11165
Artikel 5 lid 3 sub i Richtlijn 2001/29/EG. Artikel 18a Auteurswet. Incidentele verwerking. Ondergeschikte betekenis. Eiseres is producent van de speelfilm ‘Verliefd op Ibiza’. In de speelfilm komt een kort fragment van het lied ‘La ballade de Gens Heureux’ voor, gezongen door een van de hoofdrolspelers van de speelfilm. De (auteurs)rechthebbenden op dat lied hebben de exploitatie en handhaving van hun rechten overgedragen aan Stemra. Eiseres weigert een door Stemra gevraagde vergoeding te betalen, omdat volgens haar het gebruik van het lied in de speelfilm ‘incidentele verwerking’ van een auteursrechtelijk beschermd werk van ondergeschikte betekenis in de zin van artikel 18a Aw betreft. De vraag die eerst beantwoord dient te worden, is of voor de uitleg van het begrip ‘incidentele verwerking’ als bedoeld in artikel 18a Aw de Auteurswet dan wel de Richtlijn tot uitgangspunt genomen dient te worden. Voor de beantwoording van de vraag of een begrip autonoom en uniform moet worden uitgelegd, is van belang of de bewoordingen van de bepaling waarin dat begrip is opgenomen uitdrukkelijk verwijzen naar het recht van de lidstaten en of de bepaling waarin dat begrip is opgenomen afbreuk kan doen aan het doel van de Richtlijn, bestaande in het verzekeren van de goede werking van de interne markt. Met Stemra is de rechtbank van oordeel dat het begrip “incidentele verwerking” in artikel 5 lid 3 sub i van de Richtlijn geen autonoom unierechtelijk begrip is. Dat brengt met zich dat de Nederlandse wetgever, alsmede de Nederlandse rechter, een ruime (eigen) beoordelingsmarge toekomt. Voor de uitleg van het begrip ‘incidentele verwerking’ en het begrip ‘van ondergeschikte betekenis’, dient (de totstandkoming van) artikel 18a Aw tot uitgangspunt genomen te worden. Gelet op de parlementaire geschiedenis is voor de beoordeling van de vraag of bij gebruik van een werk in een ander werk sprake is van ‘incidenteel gebruik’ in de zin van artikel 18a Aw bepalend of dat gebruik ‘van ondergeschikte betekenis’ is. Deze ondergeschiktheid moet worden beoordeeld naar de omvang (in kwantitatieve zin) en het gebruik (in kwalitatieve zin) van zowel het gebruikte werk als het werk waarin het gebruikt wordt, afgezet tegen alle omstandigheden van het desbetreffende gebruik. Gelet op de korte duur van het gebruik van het muzieknummer in de film, en gelet op het feit dat slechts een paar woorden uit het muzieknummer worden gebruikt, stelt de rechtbank vast dat dit gebruik in kwantitatieve zin van ondergeschikte betekenis is. Naar het oordeel van de rechtbank is het gebruik van het onderhavige fragment in kwalitatieve zin echter niet van ondergeschikte betekenis. Voor dat oordeel is van belang dat het fragment waarin een deel van het muzieknummer ten gehore wordt gebracht is ‘gescript’. Het betreft derhalve een zeer bewuste keuze van de scriptschrijvers van de speelfilm om dit specifieke (onderdeel van het) muzieknummer te gebruiken. De keuze voor dit muzieknummer draagt bovendien sterk bij aan één van de verhaallijnen van de speelfilm. In dit verband is mede van belang dat het in de speelfilm gezongen fragment een zeer herkenbaar en vele malen herhaald onderdeel is van het muzieknummer. Daar komt bij dat het bewuste fragment niet alleen in de speelfilm zelf, maar ook als onderdeel van de ‘trailer’ daarvan is opgenomen. Van algemene bekendheid mag worden geacht dat een trailer van een speelfilm in het algemeen bedoeld is om een zo groot mogelijk publiek in de film te interesseren. Anders dan 2Houses is de rechtbank dan ook van oordeel dat het gebruik van het muzieknummer de waarde van de speelfilm vergroot, waarmee tevens het commercieel belang van 2Houses bij dat gebruik gegeven is. Het gebruik van het muzieknummer in de speelfilm vindt plaats ‘met het oogmerk van integratie in en vergroting van de waarde van het nieuwe werk’. Daarmee is geen sprake (meer) van een verwerking van ondergeschikte betekenis. Naar het oordeel van de rechtbank valt het gebruik van muziekwerken in filmwerken bovendien onder de ‘normale exploitatie’ van de werken van rechthebbenden van (zowel muziek- als film)werken, voor welk gebruik in beginsel dient te worden betaald. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het gebruik van dít fragment van het muzieknummer in déze speelfilm geen ‘incidentele verwerking’ in de zin van artikel 18 Aw inhoudt. Volgt afwijzing van de vordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl