Rb. Noord-Holland 19 november 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:10847
De rechtbank oordeelt dat uit artikel 25 van genoemd belastingverdrag volgt dat de tussen staten uitgewisselde informatie slechts bekend mag worden gemaakt bij een (openbare) terechtzitting indien het gaat om vaststelling of invordering van en de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van belastingen. In deze zaak gaat het niet om vaststelling, invordering, tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van belastingen, maar om een verzoek om informatie op grond van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen. De laatste zin van artikel 25, tweede lid, van het Belastingverdrag is daarom niet van toepassing. Gelet op de betrokken belangen ziet de rechtbank aanleiding om het verzoek om beperkte kennisname te honoreren. Daarmee wordt afgeweken van de uitspraak van de rechtbank van 6 oktober 2014 ECLI:NL:RBNHO:2014:9249. Deze lijn wordt nadrukkelijk verlaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl