Rb. Noord-Holland 30 januari 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5603

Recreatieschap Spaarnwoude vordert ontruiming van ieders ligplaats en een verbod elders in het gebiedje aan te meren, één en ander op last van een dwangsom. Zij legt hieraan ten grondslag dat gedaagden zonder recht of titel gebruikmaken van het gebiedje. Dit is op zichzelf niet in geschil, maar gedaagden menen niettemin dat Recreatieschap Spaarnwoude in de gegeven omstandigheden geen gebruik mag maken van haar ontruimingsbevoegdheid. Hun verweren luiden: • Primair: er is sprake van een openbare zaak met een publieke bestemming. Het onderhavige recreatieve gebruik van het gebiedje moet als algemeen of normaal gebruik worden aangemerkt; • Subsidiair: Recreatieschap Spaarnwoude handelt in strijd met vier algemene beginselen van behoorlijk bestuur: het beginsel van een behoorlijke belangenafweging (artikel 3:4, eerste lid, Awb), het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb), het beginsel van de hoorplicht die in acht genomen dient te worden bij de voorbereiding van beschikkingen (afdeling 4.1.2 Awb) en het motiveringsbeginsel (artikel 3:47 Awb); • Meer subsidiair: er is gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat hun schepen mochten blijven liggen totdat sprake zou zijn van een feitelijke en daadwerkelijke herinrichting van het gebiedje; • Uiterst subsidiair: Recreatieschap Spaarnwoude heeft geen belang bij haar vordering; • Ten slotte: de rechtbank dient het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De rechtbank oordeelt dat geen van de verweren opgaat en wijst de gevorderde ontruiming toe, met dien verstande dat de ontruimingsdatum wordt vastgesteld op 31 maart 2013 en de dwangsommen worden begrensd op € 200,- per gedaagde per dag, met een maximum van € 20.000,-. Relevante wetsartikelen: 5:95 BW, 3:14 BW, 3:35 BW, 3:303 BW, 3:2 Awb, 3:4 Awb, 3:47 Awb, afdeling 4.1.2 Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen