Rb. Noord-Holland 21 februari 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ4793

Vordering tot doorbetaling van loon en wedertewerkstelling. Afwijzing wegens strijd met de ratio, de strekking en de systematiek van de cao. Eiser heeft in 2010 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (1 week) gesloten met een studentenuitzendbureau. Vanaf 2 januari 2012 heeft de werkgever eiser niet meer ingeroosterd voor werkzaamheden. Op 3 januari 2012 heeft de werkgever aan eiser meegedeeld het contract vanaf 8 januari 2012 niet te zullen verlengen. Eiser vordert, naast loon over 2010 en 2011, doorbetaling van loon vanaf 2 januari 2012 en wedertewerkstelling. Aan de vordering tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling legt eiser ten grondslag (primair) dat tussen partijen is overeengekomen dat de uitzendovereenkomst is aangegaan voor de duur van het project en het project nog niet is geëindigd, (subsidiair) dat tussen partijen op grond van artikel 7: 668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan omdat de arbeidsovereenkomst voor de bepaalde tijd van één week 81 keer stilzwijgend is verlengd. De vordering tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling wordt afgewezen, (primair) nu geen sprake is van een project en (subsidiair) nu partijen niet overeenkomstig art. 12 lid 3 van de toepasselijke NBBU-CAO uitdrukkelijk hebben gekozen voor een systeem als bedoeld in art. 7:668a BW. De vordering tot betaling van loon over 2010 en 2011 wordt gedeeltelijk toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen