Rb. Noord-Holland 24 januari 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ0516
Betrokkene, woonachtig in Nederland, was werkzaam op cruiseschepen, die onder Nederlandse vlag voeren. De werkgever was buiten de EU gevestigd. Betrokkene stelt zich op het standpunt dat hij op grond van de aanwijsregels van EG Verordeningen 1408/71 en 883/2004 (Coördinatieverordeningen) onder de Nederlandse wetgeving viel. Volgens de Svb zijn de aanwijsregels niet van toepassing omdat er geen sprake is van een intracommunautaire situatie. Betrokkene is niet verzekerd voor de AOW, omdat hij altijd in het buitenland werkte, waardoor hij uitgesloten was voor de verzekering op grond van artikel 12 van het KB 746. De rechtbank heeft geoordeeld dat, indien komt vast te staan dat betrokkene, zoals hij heeft gesteld, zijn werkzaamheden heeft aangevangen of beëindigd in Europese havensteden dat een omstandigheid betreft die ertoe leidt dat de aanwijsregels van toepassing zijn. Op grond van de aanwijsregels is het Nederlandse sociale verzekeringsstelsel van toepassing. In dat geval dient artikel 12 van KB 746 buiten toepassing te blijven, omdat op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU de voorwaarden voor aansluiting bij het stelsel van sociale zekerheid niet tot gevolg mag hebben dat van het toepassingsgebied van de betrokken nationale regeling worden uitgesloten de personen op wie de wettelijke regeling krachtens de Coördinatieverordening van toepassing is.
De uitspraak op rechtspraak.nl