Rb. Noord-Holland 18 september 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:8634
Bij de beoordeling van onderhavige strafzaak ligt allereerst de vraag voor of de aandelen van [firma 1] in vijf vennootschappen ([vennootschap 1], [vennootschap 2], [vennootschap 3], [vennootschap 4] en [vennootschap 5]) zijn onttrokken aan het daarop krachtens artikel 474c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rustende beslag als gevolg van de fusie tussen genoemde vennootschappen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. Immers, door de fusie zijn genoemde aandelen verdwenen en daarmee onttrokken aan de feitelijke macht van de beslaglegger. Dat civielrechtelijk gezien het beslag bij nieuw beslagexploot en met inschrijving in de aandeelhoudersregisters opnieuw had kunnen worden gevestigd op aandelen in de verkrijgende vennootschap [firma 1] maakt dit niet anders. Uit het dossier volgt voorts dat verdachte voor ieder van de bij de fusie betrokken vennootschappen een uitdrukkelijke volmacht heeft gegeven tot het uitvoeren van de fusie. Nu het verdwijnen van de beslagen aandelen inherent is aan de fusie, heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank middels genoemde volmachten opdracht gegeven tot de onttrekking aan het beslag. Niettemin komt de rechtbank tot vrijspraak, nu zij niet de overtuiging heeft bekomen dat verdachte dan wel [firma 1] opzet heeft gehad op de onttrekking van de aandelen aan het beslag. De rechtbank acht de verklaring van verdachte geloofwaardig. Daarbij is mede van belang dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte of [firma 1] enig (financieel) voordeel zou kunnen hebben bij de onttrekking aan het beslag. Hoewel aan verdachte als bestuurder van [firma 1] het verwijt gemaakt kan worden dat hij zich onvoldoende heeft laten voorlichten over de juridische gevolgen van de fusie, vindt de rechtbank gelet op de verklaring van verdachte en de overige inhoud van het strafdossier onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat de aandelen willens en wetens aan het daarop rustende beslag zijn onttrokken. Nu opzet ontbreekt, moet verdachte naar het oordeel van de rechtbank worden vrijgesproken.
De uitspraak op rechtspraak.nl