Rb. Noord-Holland 25 april 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:8083

Verdachte is medeplichtig geweest aan het gedurende geruime tijd in bedrijf hebben van een grote hennepkwekerij door ten behoeve van het opzetten van deze kwekerij op zijn naam een loods te huren en deze ter beschikking van anderen te stellen. Verdachte heeft hierbij kennelijk uit louter financieel gewin gehandeld. De teelt en het gebruik van hennep leveren veel maatschappelijke overlast op. Daarbij komt dat deze softdrugs bij langdurig gebruik kan leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft er door zijn handelen aan bijgedragen dat de verslavingsproblematiek met alle daarmee vaak gepaard gaande vormen van criminaliteit in stand wordt gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt het handelen van verdachte geen andere straf dan een vrijheidsbenemende. De rechtbank houdt er bij de bepaling van de hoogte van de straf rekening mee dat verdachte kennelijk binnen een georganiseerd verband een duidelijke rol vervult, namelijk het zoeken en huren van panden ten behoeve van het telen van hennep waartoe verdachte kennelijk zonder enige terughoudendheid desgevraagd overgaat. Tenslotte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte weliswaar diverse malen met politie en justitie in aanraking is gekomen, maar niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen