Rb. Noord-Holland 4 juli 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:5677
Registratie van een eendenkooi. Vervolg op de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 31 mei 2012 (LJN: BX5145). Naar het oordeel van de rechtbank staat voldoende vast dat de eendenkooi op 1 april 1984 was geregistreerd. Aangenomen moet voorts worden dat de eendenkooi ten tijde van het primaire besluit I aan de vereisten van artikel 14 van het Jachtbesluit voldeed. De rechtbank is verder van oordeel dat registratie als bedoeld in artikel 56 van de Flora- en Faunawet (Ffw) niet is beperkt tot eendenkooien waarmee daadwerkelijk wordt gevangen. Daarnaast is niet bestreden dat de eendenkooi vanaf 1 april 1984 steeds als zodanig onderhouden is geweest en tot op heden nog steeds als zodanig onderhouden wordt. De eendenkooi is uitsluitend vanwege een administratieve nalatigheid voor een periode van slechts drie maanden na 1 april 2009 niet geregistreerd geweest. Voor het oordeel dat onder die omstandigheden herregistratie met ingang van 1 april 2009 niet tot de mogelijkheden zou behoren, zijn geen aanknopingspunten te vinden in de Ffw en onvoldoende aanknopingspunten te vinden in de wetsgeschiedenis. Artikel 56, eerste lid, van de Ffw is dwingend geformuleerd. Dit betekent dat indien aan de voorwaarden als bedoeld in deze bepaling is voldaan, verweerder is gehouden over te gaan tot registratie van een eendenkooi indien een daartoe strekkend verzoek bij hem wordt ingediend. Zo ook in dit geval.
De uitspraak op rechtspraak.nl