Rb. Noord-Holland 20 december 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:12517

Eiser ontving een WAO-uitkering. Verweerder heeft van het CJIB een overzicht ontvangen van personen die van verweerder een uitkering ontvangen en in het opsporingsregister zijn opgenomen omdat zij zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. In dit overzicht is vermeld dat eiser sinds 5 januari 2011 in het opsporingsregister staat. Vervolgens heeft verweerder eisers WAO-uitkering op grond van artikel 43, zesde lid, van de WAO met ingang van 1 augustus 2011 beëindigd. Volgens de jurisprudentie wordt onder zich onttrekken als bedoeld in onder meer artikel 43, zesde lid, van de WAO verstaan de situatie waarin een onherroepelijke veroordeling tot een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel nog niet ten uitvoer is gelegd, de veroordeelde in verband daarmee in het opsporingsregister is opgenomen en door justitie inmiddels tevergeefs één of meer pogingen zijn ondernomen tot tenuitvoerlegging van de straf of maatregel te komen. Naar het oordeel van de rechtbank moet worden aangenomen dat het woonadres van eiser in Duitsland wel bekend was bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Het arrondissementsparket Assen heeft immers op 13 oktober 2010 een mededeling uitspraak naar dit adres van eiser verzonden en ditzelfde adres is op de akte van uitreiking van 14 december 2010 vermeld. Nu justitie, hoewel daartoe de mogelijkheid bestond, geen poging(en) heeft ondernomen om tot tenuitvoerlegging van de straf te komen, kan niet worden gezegd dat eiser zich aan de tenuitvoerlegging van de onherroepelijke veroordeling van een vrijheidsstraf heeft onttrokken. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat verweerder ten onrechte toepassing heeft gegeven aan artikel 43, zesde lid, van de WAO.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken