Rb. Noord-Holland 31 oktober 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:11152

Promis; beslissing; schorsing der vervolging. De rechtbank is van oordeel dat gelet op verdachtes geestestoestand, zijn ziektebeeld alsmede de somatische problematiek en de (beperkte) levensverwachting van verdachte het van groot belang is dat er zo spoedig mogelijk een passende plaats met het juiste regime voor hem wordt gevonden, waarbij tegelijkertijd de veiligheid van de maatschappij, gelet op het recidivegevaar, voldoende is gewaarborgd. Dit onderzoek dient tweeledig te zijn, waarbij enerzijds de officier van justitie het initiatief dient te nemen om onderzoek te doen naar plaatsing op grond van de Wet Bopz en anderzijds de reclassering (tegelijkertijd) onderzoek doet naar plaatsing in een instelling zoals De Blinkert, een en ander in overleg en samenwerking met de deskundige en de verdediging opdat verdachte zo spoedig mogelijk in een voor hem geschikte instelling kan worden geplaatst. De rechtbank gelast - gelet op en met inachtneming van het vorenstaande - dat de schorsing van de vervolging van verdachte zich niet uitstrekt tot hetgeen de voorlopige hechtenis betreft. Ten behoeve van het opnieuw beoordelen van het voortduren van de voorlopige hechtenis en de mogelijkheden van plaatsing van verdachte in een setting zoals hiervoor overwogen, bepaalt de rechtbank dat in overleg met de officier van justitie en de verdediging de zaak binnen twee maanden opnieuw op een zitting moet worden behandeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen