Rb. Noord-Holland 7 november 2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:10629

Gedaagden te veroordelen om - gedurende de periode dat in de nog te voeren bodemprocedure geen onherroepelijk vonnis is gewezen - te gehengen en gedogen dat eiser en/of haar rechtsopvolger(s) via de naast het perceel van eiser aanwezige doorgang/uitweg/steeg, die mede loopt over het einde van de percelen percelen, met vrije gebruikmaking van de zich daarin bevindende toegangsdeur, de volledige en vrije toegang hebben - in ieder geval via het perceel van gedaagden - tot de achtertuin van het aan eiser en/of haar rechtsopvolger(s) pand aan het adres, op de thans bestaande wijze, op straffe van een - hoofdelijk - te verbeuren dwangsom van € 2.500,-- per dag of dagdeel dat gedaagden na betekening van het te dezen te wijzen vonnis weigeren aan deze veroordeling uitvoering te geven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen