Rb. Midden-Nederland 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6838
Consumentenrecht. Consument heeft in 2023 met BNPl zaken gekocht maar niet betaald. Koop- en kredietovereenkomst. Bij meeste kredietovereenkomsten worden consumenten beschermd, maar in dit geval is sprake van uitzondering. Kantonrechter toetst wel ambtshalve de naleving van consumentenbeschermende bepalingen mbt de koopovereenkomst.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 12148313 AC EXPL 26-668 CD/942
Verstekvonnis van 7 oktober 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[eiseres] ,
gevestigd in [vestigingsplaats] , Ierland,
eisende partij,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders,
tegen:
[gedaagde] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1 De procedure
1.1 De eisende partij is een rechtszaak begonnen tegen de gedaagde partij. De gedaagde partij heeft niet (op tijd) gereageerd op de dagvaarding. Zij heeft ook geen uitstel gevraagd om daar op een later moment op te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij. De eisende partij heeft daarna gebruik gemaakt van de aangeboden mogelijkheid om nog een nadere toelichting te geven.
1.2 De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.
2 De kern van de zaak
2.1 De gedaagde partij, een consument, heeft in november 2023 in een webwinkel kledingstukken en schoenen gekocht. Zij heeft gekozen voor uitgestelde betaling (“Buy Now, Pay Later”) aan Klarna Bank AB (hierna: Klarna). Zij heeft de koopprijs niet betaald, ook niet nadat zij een aanmaning had gekregen. Klarna heeft de vordering op de gedaagde partij vervolgens verkocht aan de eisende partij. Die vordert nu dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om de koopprijs alsnog te betalen, vermeerderd met rente en een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.
2.2 De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde partij een deel van de koopprijs moet betalen, met rente en incassokosten. Ook moet zij de proceskosten van de eisende partij vergoeden. De gedaagde partij hoeft niet de hele koopprijs te betalen. Er gelden namelijk consumentenbeschermende regels en in deze zaak is niet gebleken dat die regels zijn nageleefd.
3 De beoordeling
3.1 De eisende partij is een rechtspersoon naar buitenlands recht. Daarom moet eerst worden beoordeeld of de Nederlandse rechter wel bevoegd is. Dat is zo. De gedaagde partij woont namelijk in Nederland en is een consument. Op de vordering is het Nederlands recht van toepassing.
3.2 Het gaat in deze zaak eigenlijk om twee verschillende overeenkomsten tussen een consument en een partij die handelt in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, namelijk:
( a) een koopovereenkomst, omdat de gedaagde partij kleding en schoenen heeft gekocht, en
( b) een kredietovereenkomst, omdat de gedaagde partij uitgesteld kon betalen.
3.3 Voor beide overeenkomsten gelden bepaalde wettelijke regels die consumenten moeten beschermen. De kantonrechter moet ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de gedaagde partij daar niet om vraagt) toetsen of die regels zijn nageleefd. Dit wordt hieronder verder uitgelegd en beoordeeld.
De kredietovereenkomst
3.4 De gedaagde partij heeft gekozen voor uitgestelde betaling. Dat is een vorm van kredietverstrekking en daarvoor gelden vaak strenge consumentenbeschermende regels. Soms is dat anders: kredietovereenkomsten waarbij een consument minder financieel risico loopt, vallen bijvoorbeeld niet onder de strenge regels.
3.5 Kredietovereenkomsten van aanbieders van Buy Now, Pay Later (hierna: BNPL) kunnen ook onder deze uitzondering vallen, namelijk als het gaat om een gratis krediet of om een kortdurend krediet met onbetekenende kosten. Bij de vraag of daarvan sprake is mogen vertragingsrente en buitengerechtelijke kosten in principe niet in aanmerking worden genomen. Maar dat is anders als die rente en/of kosten onderdeel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker. Dan maakt de kredietverstrekker winst op deze bijkomende posten en is de uitzonderingsregel niet van toepassing.
3.6 Om te beoordelen of dat zo is, moet de kantonrechter alle omstandigheden rond de sluiting van de kredietovereenkomst en andere relevante factoren onderzoeken.
3.7 De partij die zich op de uitzonderingsregel beroept, moet aan de kantonrechter alle informatie geven die nodig is voor die beoordeling. Kan de kantonrechter op basis van de gegeven informatie niet vaststellen of sprake is van een gratis krediet of van een kortdurend krediet met onbetekenende kosten, dan zal worden geoordeeld dat de uitzonderingsregel niet opgaat. Dat betekent dan dus dat op de kredietovereenkomst alle regels van consumentenbescherming van toepassing zijn.
3.8 Kantonrechters bij de rechtbank Midden-Nederland hebben tot nu steeds geoordeeld dat kredietovereenkomsten die zijn gesloten door Klarna niet onder de uitzondering vallen, omdat tot nu toe niet werd aangetoond dat Klarna geen winst maakte op de bijkomende kosten.
3.9 In deze zaak heeft de eisende partij gesteld dat ook Klarna (inmiddels) voldoet aan de regels om voor de uitzondering in aanmerking te komen. Zij heeft uitgelegd hoe het (huidige) verdienmodel van Klarna in elkaar steekt en om dat toe te lichten heeft zij het volgende ingediend:
een verklaring van de algemeen directeur van Klarna Nederland uit juli 2025,
een accountantsrapport van 21 oktober 2025,
een persbericht van Klarna van 25 november 2024,
de BNPL-Gedragscode van 15 januari 2025, waaraan Klarna gebonden is,
een marktupdate over BNPL van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) van 1 juli 2025, en
de algemene voorwaarden van Klarna, zoals die vanaf 5 mei 2025 gelden.
3.10 De eisende partij heeft ook verwezen naar vonnissen van kantonrechters bij andere rechtbanken, die hebben geoordeeld dat Klarna-kredieten wél onder de uitzonderingsregel vallen. Volgens de eisende partij ging het om vergelijkbare zaken als de zaak waar de kantonrechter vandaag over oordeelt.
3.11 De kantonrechter is het met de eisende partij eens. Zij heeft in deze zaak laten zien dat Klarna kredietovereenkomsten aanbiedt met minder financieel risico voor consumenten, waarvoor geen consumentenbeschermende regels gelden die de kantonrechter uit zichzelf moet toepassen. De eisende partij heeft laten zien dat Klarna geld verdient door kosten in rekening te brengen aan winkeliers die uitgesteld betalen via Klarna aanbieden aan consumenten. De kosten die in rekening worden gebracht aan consumenten die te laat betalen zijn voor Klarna niet winstgevend.
3.12 De eisende partij heeft laten zien dat dit in ieder geval vanaf 2022 het geval is. Ook de kredietovereenkomst die de gedaagde partij in 2023 heeft gesloten is zo’n kredietovereenkomst met minder financieel risico. De rechtsgeldigheid van deze kredietovereenkomst staat daarmee vast.
De koopovereenkomst
3.13 De kredietovereenkomst is gesloten om de gekochte kleding en schoenen te kunnen financieren. Ook op die koopovereenkomst zijn consumentenbeschermende regels van toepassing. Als het een online gesloten overeenkomst is, zoals in deze zaak, moet de webwinkel (hierna: de handelaar) tijdens het bestelproces vóór het sluiten van een overeenkomst bepaalde informatie geven, zodat consumenten weten waar ze aan toe zijn. Ná het sluiten van een overeenkomst moet de handelaar die informatie ook nog op een voorgeschreven manier bevestigen, zodat de consument die de overeenkomst heeft gesloten die informatie op een later moment nog eens kan bekijken.
3.14 De kantonrechter moet ambtshalve toetsen of de handelaar de voorgeschreven informatie op de goede manier aan de gedaagde partij heeft gegeven.
3.15 De kantonrechter constateert dat dit in deze zaak niet helemaal goed is gegaan. Tijdens het bestelproces moeten consumenten er op een duidelijke begrijpelijke manier op worden gewezen dat zij het recht hebben om de gekochte zaken binnen twee weken (of langer, in dit geval gaat het om 30 dagen) te retourneren (het zogenoemde ‘herroepingsrecht’). In dit geval heeft de handelaar in het bestelproces alleen een link naar verzend- en retouropties opgenomen, waar consumenten zelf op moeten klikken als ze daar meer over willen weten. Dat is niet zoals het moet.
3.16 De kantonrechter constateert dat de eisende partij een voorbeeld heeft ingediend van een bevestigingsmail die consumenten ná de bestelling van de handelaar ontvangen. Daarin staat wél de voorgeschreven informatie over het herroepingsrecht (zie 3.13.), maar de kantonrechter kan niet vaststellen dat de gedaagde partij ook zo’n bevestigingsmail heeft gehad. Dat geldt ook voor de algemene voorwaarden die zijn ingediend, waarin goede informatie over het herroepingsrecht staat. Uit niks blijkt dat de gedaagde partij die heeft gehad.
3.17 De eisende partij heeft ook een bevestigingsmail ingediend die door Klarna aan de gedaagde partij is gestuurd, maar daarin staat niks over het herroepingsrecht. En op de ingediende factuur die aan de gedaagde partij is gestuurd staat alleen dat vragen over retouren gesteld kunnen worden aan de handelaar. Dat is niet zoals het moet.
3.18 Als niet kan worden vastgesteld dat een handelaar zich aan zijn informatieverplichtingen heeft gehouden (of als blijkt dat hij die verplichtingen heeft overtreden), moet de kantonrechter daar ambtshalve gevolgen aan verbinden. De consument hoeft dan niet meer de hele koopprijs te betalen. In deze zaak betekent dit dat de gedaagde partij maar 80% van de koopprijs hoeft te betalen. De gekochte, ontvangen en gehouden kledingstukken en schoenen kostten samen € 230,90 en de gedaagde partij moet dus € 184,72 betalen. De kantonrechter zal de gedaagde partij veroordelen om dat bedrag te betalen.
Rente
3.19 De eisende partij maakt aanspraak op wettelijke rente. De kantonrechter heeft bekeken of in de algemene voorwaarden iets oneerlijks staat over rente. Als dat het geval zou zijn, zou de eisende partij namelijk geen recht hebben op rente. Maar dat is niet zo. De eisende partij heeft wel recht op rente, maar alleen over het toewijsbare deel van de koopprijs (zie 3.17.). De eisende partij heeft gesteld dat Klarna geen rente in rekening heeft gebracht en dat de eisende partij aanspraak is gaan maken op rente nadat Klarna de vordering op de gedaagde partij aan haar had overgedragen. Daarom wordt de rente toegewezen vanaf 20 november 2024. Dat is de dag waarop de eisende partij aan de gedaagde partij heeft laten weten dat zij de vordering op de gedaagde partij had gekocht van Klarna.
Incassokosten
3.20 De eisende partij maakt ook aanspraak op een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, dat zijn de kosten die zijn gemaakt toen werd geprobeerd om de gedaagde partij de koopprijs te laten betalen, zonder een procedure bij de kantonrechter te hoeven beginnen. De kantonrechter heeft bekeken of in de algemene voorwaarden iets oneerlijks staat over incassokosten. Als dat het geval zou zijn, zou de eisende partij namelijk geen recht hebben op een vergoeding. Maar dat is niet zo. De eisende partij heeft zich gehouden aan de wet, door een aanmaningsbrief te sturen die aan alle wettelijke eisen voldoet. Zij heeft daarom recht op incassokosten. Hoe hoog het bedrag is, is wettelijk vastgelegd. De eisende partij maakt aanspraak op € 40,00, dat is het laagste wettelijke tarief. De kantonrechter wijst dat bedrag toe.
Proceskosten
3.21 Hoewel een deel van de vordering wordt afgewezen, is de eisende partij wel terecht deze rechtszaak begonnen. De eisende partij heeft namelijk een vordering op de gedaagde partij, die niet werd betaald. Om die reden zal de gedaagde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De proceskosten van de eisende partij worden, rekening houden met de omvang van de toewijsbare vordering, begroot op:
- dagvaarding € 127,08
- griffierecht € 139,00
- salaris gemachtigde € 43,00 (1 punt x tarief € 43,00)
- nakosten € 21,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 330,58.
Uitvoerbaar bij voorraadverklaring
3.22 Dit vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zoals door de eisende partij is gevorderd. Dat betekent dat dit vonnis moet worden gevolgd, ook als de gedaagde partij hiertegen in verzet komt. Dit vonnis geldt dan totdat de rechter in de verzetzaak een andere beslissing heeft genomen.
4 De beslissing
De kantonrechter:
4.1 veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 224,72 aan de eisende partij te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 184,72, vanaf 20 november 2024 tot de voldoening;
4.2 veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 330,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
4.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4 wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1008
- Rb. Midden-Nederland 30 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2054
- Rb. Midden-Nederland 30 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2056
- HvJ EU 17 oktober 2024, C-409/23, ECLI:EU:C:2024:895
- HR 30 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:1006
- HvJ EU 24 februari 2022, C-536/20, ECLI:EU:C:2022:112
- HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1667
- HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677
- HvJ EU 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68