Rb. Midden-Nederland 7 oktober 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6837

Consumentenrecht. Consument heeft in 2023 met BNPL zaken gekocht maar niet volledig betaald. Koop- en kredietovereenkomst. Bij meeste kredietovereenkomsten worden consumenten beschermd, maar in dit geval is sprake van uitzondering met minder bescherming. Kantonrechter toetst wel ambtshalve de naleving van consumentenbeschermende bepalingen mbt de koopovereenkomst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12209574 \ UC EXPL 26-3836 CD/942
Vonnis van 7 oktober 2026
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[eiseres] AG,
gevestigd in [vestigingsplaats] (Zwitserland),
eisende partij,
gemachtigde: R. Slagman,
tegen
[gedaagde] ,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1 De procedure

1.1 De eisende partij is een rechtszaak begonnen tegen de gedaagde partij. De gedaagde partij heeft niet (op tijd) gereageerd op de dagvaarding. Hij heeft ook geen uitstel gevraagd om daar op een later moment op te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.

1.2 De kantonrechter heeft bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.

2 De kern van de zaak

2.1 De gedaagde partij, een consument, heeft op 6 september 2023 in de webwinkel van de Mediamarkt voor € 499,00 een laptop gekocht. De gedaagde partij heeft gekozen voor uitgestelde betaling (“Buy Now, Pay Later”) aan Klarna Bank AB (hierna: Klarna). De koopprijs moest uiterlijk op 7 oktober 2023 zijn voldaan. Dat is niet gebeurd. De gedaagde partij heeft daarna een paar deelbetalingen verricht, maar de koopprijs is niet volledig betaald, ook niet na aanmaning. Klarna heeft de openstaande vordering op de gedaagde partij vervolgens verkocht aan de eisende partij. Die vordert nu dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om de resterende koopprijs alsnog te betalen, vermeerderd met rente en een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten.

2.2 Er gelden consumentenbeschermende regels, die de kantonrechter uit zichzelf moet toepassen. Die regels zijn niet allemaal nageleefd. Daarom wordt een deel van de vordering afgewezen.

3 De beoordeling

3.1 De eisende partij is een rechtspersoon naar buitenlands recht. Daarom moet eerst worden beoordeeld of de Nederlandse rechter wel bevoegd is. Dat is zo. De gedaagde partij woont namelijk in Nederland en is een consument. Op de vordering is het Nederlands recht van toepassing.

3.2 Het gaat in deze zaak eigenlijk om twee verschillende overeenkomsten tussen een consument en een partij die handelt in de uitoefening van haar beroep of bedrijf, namelijk:
( a) een koopovereenkomst, omdat de gedaagde partij de laptop heeft gekocht, en
( b) een kredietovereenkomst, omdat de gedaagde partij de laptop uitgesteld kon betalen.

3.3 Voor beide overeenkomsten gelden bepaalde wettelijke regels die consumenten moeten beschermen. De kantonrechter moet ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de gedaagde partij daar niet om vraagt) toetsen of die regels zijn nageleefd. Dit wordt hieronder verder uitgelegd en beoordeeld.

De kredietovereenkomst

3.4 De gedaagde partij heeft gekozen voor uitgestelde betaling. Dat is een vorm van kredietverstrekking en daarvoor gelden vaak strenge consumentenbeschermende regels. Soms is dat anders: kredietovereenkomsten waarbij een consument minder financieel risico loopt, vallen bijvoorbeeld niet onder de strenge regels.

3.5 Kredietovereenkomsten van aanbieders van Buy Now, Pay Later (hierna: BNPL) kunnen ook onder deze uitzondering vallen, namelijk als het gaat om een gratis krediet of om een kortdurend krediet met onbetekenende kosten. Bij de vraag of daarvan sprake is mogen vertragingsrente en buitengerechtelijke kosten in principe niet in aanmerking worden genomen. Maar dat is anders als die rente en/of kosten onderdeel uitmaken van het verdienmodel van de kredietverstrekker. Dan maakt de kredietverstrekker winst op deze bijkomende posten en is de uitzonderingsregel niet van toepassing.

3.6 Om te beoordelen of dat zo is, moet de kantonrechter alle omstandigheden rond de sluiting van de kredietovereenkomst en andere relevante factoren onderzoeken. De partij die zich op de uitzonderingsregel beroept, moet aan de kantonrechter alle informatie geven die nodig is voor die beoordeling. Kan de kantonrechter op basis van de gegeven informatie niet vaststellen of sprake is van een gratis krediet of van een kortdurend krediet met onbetekenende kosten, dan zal worden geoordeeld dat de uitzonderingsregel niet opgaat. Dat betekent dan dus dat op de kredietovereenkomst alle regels van consumentenbescherming van toepassing zijn.

3.7 Kantonrechters bij de rechtbank Midden-Nederland hebben tot nu steeds geoordeeld dat kredietovereenkomsten die zijn gesloten door Klarna niet onder de uitzondering vallen, omdat tot nu toe niet werd aangetoond dat Klarna geen winst maakte op de bijkomende kosten.

3.8 Maar de eisende partij heeft nu gesteld dat ook Klarna (inmiddels) voldoet aan de regels om voor de uitzondering in aanmerking te komen. Zij heeft recent, in een zaak die vergelijkbaar is met de zaak waarover de kantonrechter vandaag oordeelt, aan de hand van een aantal bewijsstukken uitgelegd hoe het (huidige) verdienmodel van Klarna in elkaar steekt.

3.9 In die andere zaak was de kantonrechter het niet met de eisende partij eens. Alle bewijs ging namelijk over de situatie vanaf 2023, terwijl de kredietovereenkomst in die andere zaak veel eerder was gesloten. Maar de eisende partij heeft in die andere zaak wel laten zien dat Klarna (in ieder geval) vanaf 2023 kredietovereenkomsten aanbiedt met minder financieel risico voor consumenten, waarvoor geen consumentenbeschermende regels gelden die de kantonrechter uit zichzelf moet toepassen. De eisende partij heeft in die zaak ook laten zien dat Klarna (in ieder geval) vanaf 2023 geld verdient door kosten in rekening te brengen aan winkeliers die uitgesteld betalen via Klarna aanbieden aan consumenten. De kosten die in rekening worden gebracht aan consumenten die te laat betalen zijn voor Klarna niet winstgevend.

3.10 In de zaak waarover de kantonrechter vandaag oordeelt, is de kredietovereenkomst tussen Klarna en de gedaagde partij gesloten in 2023. Deze kredietovereenkomst is dus, zoals de eisende partij heeft gesteld, een kredietovereenkomst met minder financieel risico voor consumenten, waarvoor geen consumentenbeschermende regels gelden die de kantonrechter uit zichzelf moet toepassen. De rechtsgeldigheid van deze kredietovereenkomst staat daarmee vast.

De koopovereenkomst

3.11 De kredietovereenkomst is gesloten om de gekochte laptop te kunnen financieren. Ook op die koopovereenkomst zijn consumentenbeschermende regels van toepassing. Als het een online gesloten overeenkomst is, zoals in deze zaak, moet de webwinkel (hierna: de handelaar) tijdens het bestelproces vóór het sluiten van een overeenkomst bepaalde informatie geven, zodat consumenten weten waar ze aan toe zijn. Ná het sluiten van een overeenkomst moet de handelaar die informatie ook nog op een voorgeschreven manier bevestigen, zodat de consument die de overeenkomst heeft gesloten die informatie op een later moment nog eens kan bekijken.

3.12 De kantonrechter moet ambtshalve toetsen of de handelaar de voorgeschreven informatie op de goede manier aan de gedaagde partij heeft gegeven. De kantonrechter constateert dat in deze zaak tijdens het bestelproces alle nodige informatie op een goede manier aan de gedaagde partij gegeven. Maar dat al die informatie vervolgens ook nog op een goede manier aan de gedaagde partij is bevestigd, dat kan de kantonrechter niet vaststellen (zie 3.11.).

3.13 De eisende partij heeft een bestelbevestiging ingediend die Klarna na de bestelling aan de gedaagde partij heeft gestuurd, maar daarin staat niks in over het zogenoemde herroepingsrecht, dat is het recht van consumenten om hun online gekochte goederen te retourneren. Dat had wel gemoeten. In de algemene voorwaarden staat wel goede informatie over het herroepingsrecht, maar die algemene voorwaarden zijn niet op de goede manier aan de gedaagde partij gegeven. In de bestelbevestiging staat namelijk alleen een hyperlink naar de algemene voorwaarden, maar zo’n hyperlink is niet geschikt om informatie te bevestigen, omdat een handelaar (of Klarna) de informatie achter die hyperlink achteraf gemakkelijk zelf kan veranderen. De consument kan daarna niet meer vinden wat hij met de handelaar (of met Klarna) had afgesproken.

3.14 Als niet kan worden vastgesteld dat een handelaar zich aan zijn informatieverplichtingen heeft gehouden (of als blijkt dat hij die verplichtingen heeft overtreden), moet de kantonrechter daar ambtshalve gevolgen aan verbinden. De consument hoeft dan niet meer de hele koopprijs te betalen. In deze zaak betekent dit dat de gedaagde partij maar 80% van de koopprijs hoeft te betalen, dat komt neer op € 399,20. De gedaagde partij heeft al € 381,29 betaald (op 16 mei 2024 € 150,00, op 26 augustus 2024 € 20,00 en op 25 november 2024 € 211,29). De kantonrechter zal de gedaagde partij veroordelen om het resterende bedrag van € 17,91 alsnog te betalen.

Rente en incassokosten

3.15 De eisende partij maakt aanspraak op wettelijke rente. De kantonrechter heeft bekeken of in de algemene voorwaarden iets oneerlijks staat over rente. Als dat het geval zou zijn, zou de eisende partij namelijk geen recht hebben op rente. Maar dat is niet zo.

3.16 De eisende partij heeft dus recht op rente, maar omdat de gedaagde partij slechts 80% van de hele koopprijs verschuldigd is en al deelbetalingen heeft verricht (zie 3.14.) kan de rente niet worden toegewezen op de manier waarop die door de eisende partij is gevorderd. De kantonrechter zal daarom wettelijke rente toewijzen op de volgende manier:
- over € 399,20 (het verschuldigde deel van de koopprijs) vanaf 7 oktober 2023 (de datum waarop de koopprijs betaald had moeten zijn) tot 16 mei 2024 (de datum waarop de eerste deelbetaling is gedaan),
- over € 399,20 -/- € 150,00 = € 249,20 van 17 mei 2024 tot 28 augustus 2024 (de datum waarop de tweede deelbetaling is gedaan),
- over € 249,20 -/- € 20,00 = € 229,20 van 29 augustus 2024 tot 25 november 2024 (de datum waarop de derde deelbetaling is gedaan), en
- over € 229,20 -/- € 211,29 = € 17,91 van 30 augustus 2024 tot de voldoening.

3.17 De eisende partij maakt ook aanspraak op een vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten, dat zijn de kosten die zijn gemaakt toen werd geprobeerd om de gedaagde partij de koopprijs te laten betalen, zonder een procedure bij de kantonrechter te hoeven beginnen. De eisende partij heeft recht op een vergoeding van die kosten als in de algemene voorwaarden niets oneerlijks staat over incassokosten én als de gedaagde partij een aanmaningsbrief heeft ontvangen die aan alle wettelijke eisen voldoet.

3.18 Dat laatst is niet het geval, omdat de in de ingediende aanmaningsbrief vermelde bedragen te hoog zijn. Die brief is namelijk pas verstuurd op 2 juni 2025, toen de gedaagde partij al een groot deel van de laptop had betaald (zie 3.14.). Bij het toen nog openstaande bedrag hoort een lager tarief aan incassokosten. Daar had in de aanmaningsbrief rekening mee moeten worden gehouden. Omdat dit niet is gebeurd, wijst de kantonrechter de gevorderde vergoeding af.

Proceskosten

3.19 De eisende partij heeft een vordering op de gedaagde partij die zonder gerechtelijke procedure niet werd betaald (ook al wordt een deel afgewezen). Daarom moet de gedaagde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 127,08
- griffierecht € 139,00
- salaris gemachtigde € 43,00 (1 punt x tarief € 43,00)
- nakosten € 21,50 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 330,58.

Uitvoerbaar bij voorraadverklaring

3.20 Dit vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, zoals door de eisende partij is gevorderd. Dat betekent dat dit vonnis moet worden gevolgd, ook als de gedaagde partij hiertegen in verzet komt. Dit vonnis geldt dan totdat de rechter in een eventuele verzetzaak een andere beslissing heeft genomen.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1 veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 17,91 aan de eisende partij te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 399,20 vanaf 7 oktober 2023 tot 16 mei 2024, met de wettelijke rente over € 249,20 van 17 mei 2024 tot 28 augustus 2024, met de wettelijke rente over € 229,20 van 29 augustus 2024 tot 25 november 2024 en met de wettelijke rente over € 17,91 van 30 augustus 2024 tot de voldoening;

4.2 veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 330,58, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;

4.3 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.4 wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2026.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken