Rb. Midden-Nederland 14 september 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6510
Omgevingswet. Geweigerde vergunning omdat twee dakkapellen boven elkaar in strijd is met redelijke eisen van welstand. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/6290
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 september 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn
(gemachtigden: mr. J van Dodewaard en A.S. Millerson).
Inleiding
1 Eiser woont sinds 2003 aan de [adres] in [plaats] . In 2024 is het dak van de woning vervangen en een extra dakkapel in het zijdakvlak geplaatst.
2 Op 24 oktober 2024 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat deze dakkapel is geplaatst zonder dat eiser beschikte over een omgevingsvergunning. Om de gerealiseerde dakkapel te legaliseren, heeft eiser alsnog een omgevingsvergunning aangevraagd. Met het besluit van 5 december 2024 heeft het college geweigerd die vergunning te verlenen.
3 Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het weigeringsbesluit. Met het besluit van 6 oktober 2025 op eisers bezwaar is het college bij de weigering gebleven.
4 Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, waarna eiser nog een reactie heeft ingediend.
5 De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser met zijn partner en de gemachtigden van het college.
6 Tijdens de zitting hebben partijen afspraken gemaakt, die zijn neergelegd in een verkort proces-verbaal dat aan partijen is toegezonden.
7 Conform deze afspraken heeft de gemachtigde van het college het nieuwe advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van Baarn van 28 april 2026 aan de rechtbank gezonden. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om op dit advies te reageren.
8 Vervolgens heeft de rechtbank partijen laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij daarmee instemmen. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank op 7 augustus 2026 het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
9 De rechtbank beoordeelt in deze zaak de beslissing van het college over het bouwplan zoals het in eerste instantie is ingediend en door het college is geweigerd. Het gewijzigde plan dat na de zitting is voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit valt dus buiten de beoordeling van de rechtbank.
Toepasselijk recht
10 Op 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat de aanvraag na 1 januari 2024 is ingediend, is in deze zaak de Omgevingswet met onderliggende regelingen van toepassing.
11 De aanvraag ziet op een omgevingsplanactiviteit zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet. Partijen zijn het er ook over eens, en ook de rechtbank stelt vast, dat voor het plaatsen van deze dakkapel een omgevingsvergunning nodig is. Het college heeft getoetst of eisers aanvraag voldoet aan de regels uit het Omgevingsplan gemeente Baarn. Het college verleent een omgevingsvergunning onder meer als het bouwwerk niet in strijd is met de bouw- en gebruiksregels van het omgevingsplan en als het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand.
12 De raad van de gemeente Baarn heeft op 26 februari 2014 de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn (de Nota) vastgesteld. In deze Nota staan de beoordelingscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken, zoals dakkapellen. Voor dakkapellen gelden in ieder geval de volgende plaatsingscriteria:
- onderzijde meer dan 0,5 m en niet meer dan 1 m boven de dakvoet;
- bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok;
- de afstand meer dan 0,75 m tot het midden van de woningscheidende bouwmuren of de eindgevel en bij vrijstaande en twee‐onder‐één‐kapwoningen meer dan 1,5 m tot de eindgevel, bij hoekkepers aan de bovenkant en bij kilkepers aan de onderkant van het kozijn van de dakkapel gemeten;
- bij meer dan één dakkapel: regelmatige rangschikking op een horizontale rij met een minimale tussenruimte van 0,75 m;
‐ geen dakkapellen boven elkaar;
- geen dakkapellen op het bovenste deel van een hoogopgaand dakvlak.
Redelijke eisen van welstand
13 Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning geweigerd, omdat het bouwplan in strijd is met de redelijke eisen van welstand en hij verwijst hiervoor naar het negatieve advies van 18 november 2024 van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De plaatsing van de dakkapel is niet akkoord omdat er geen dakkapellen boven elkaar mogen worden geplaatst en geen dakkapellen op het bovenste deel van een hoogopgaand dakvlak.
14 Eiser is het niet eens met dit advies omdat hij van mening is dat geen sprake is van twee dakkapellen boven elkaar. Het onderliggende bouwdeel is volgens hem een doorgezette verticale gevel en geen dakkapel, zoals ook blijkt uit de definitie van een dakkapel die de VNG hanteert. Verder wijst hij er op dat geen sprake is van een dakkapel in een openbaar gelegen zijdakvlak, zodat ten onrechte de strengste criteria uit de Nota zijn gehanteerd.
15 De argumenten van eiser slagen niet. Volgens vaste rechtspraak mag het college een welstandsadvies overnemen, nadat het college is nagegaan of het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies van een andere deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.
16 De rechtbank stelt vast dat het college tijdens de zitting heeft erkend dat geen sprake is van een in het openbaar gelegen zijdakvlak. Omdat de criteria ‘geen dakkapellen boven elkaar’ en ‘geen dakkapellen op het bovenste deel van een hoogopgaand dakvlak’ echter ook gelden voor dakkapellen in een niet openbaar gelegen zijdakvlak, heeft dit geen consequenties voor de door het college gehanteerde weigeringscriteria. Eisers stelling dat het onderliggende bouwdeel niet gedefinieerd kan worden als dakkapel, slaagt niet. Het college heeft gewezen op de definitie van het begrip dakkapel in het Omgevingsplan, dat een dakkapel omschrijft als een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst. De rechtbank volgt het college in de uitleg dat de dakkapel in het dakvlak is geplaatst aangezien aan weerskanten en aan de boven- en onderzijde van de dakkapel sprake is van een dakconstructie. En anders dan eiser stelt, is ook geen sprake van een doorgetrokken gevel, zoals blijkt uit onderstaande foto.
Dat betekent dat het college op grond van het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft kunnen beslissen dat de bovenste dakkapel niet voldoet aan de Nota en dat de dakkapel in strijd is met redelijke eisen van welstand. Eiser heeft geen deskundig tegenadvies overgelegd en in wat hij zelf heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen concrete aanknopingspunten op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de inhoud en conclusie van het advies.
Gelijkheidsbeginsel
17 Eiser voert ook aan dat het college in strijd handelt met het gelijkheidsbeginsel omdat in Baarn meerdere dubbele dakkapellen boven elkaar zijn gerealiseerd, waarvan hij een aantal adressen noemt.
18 De rechtbank oordeelt dat niet is gebleken dat het college in strijd heeft gehandeld met het gelijkheidsbeginsel. Het college heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de in het bezwaar en beroepschrift genoemde voorbeelden niet vergelijkbaar zijn met eisers situatie. Voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel moet immers sprake zijn van vergelijkbare gevallen die ongelijk worden behandeld. Dat betekent in dit concrete geval dat sprake moet zijn van vergunde dubbele dakkapellen boven elkaar. Het college heeft in zijn besluit en tijdens de zitting toegelicht dat de door eiser genoemde en/of gefotografeerde dakkapellen niet vergelijkbaar zijn omdat zij op andere dakvlakken zijn gerealiseerd en vaak niet in de directe omgeving van eisers woning. Op de foto’s staan ook dakkapellen die zijn vergund vóór de inwerkingtreding van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Baarn, sommige zijn op een of meerdere punten afwijkend van die van eiser en er staan ook dakkapellen die niet zijn vergund. Daarmee is dus geen sprake van gelijke gevallen.
Belangenafweging en evenredigheid
19 Eiser stelt dat het verwijderen van de dakkapel grote financiële en emotionele impact heeft, waarmee het college ten onrechte geen rekening heeft gehouden. Ook ontbreekt hier maatwerk.
20 Ook deze argumenten brengen niet mee dat de weigering een vergunning te verlenen in strijd is met het recht. Het college is niet verplicht af te wijken van een advies over redelijke
eisen van welstand en mag aan zo’n advies van een deskundige een groot belang toekennen. Bovendien gaat het om een lang blijvend bouwwerk waardoor het niet voldoen aan redelijke eisen van welstand in principe voor een lange tijd kan voortbestaan. Het college heeft daarom een zwaarder gewicht mogen toekennen aan het vasthouden aan de welstandseisen.
Dat eiser dacht dat de dakkapel zonder omgevingsvergunning geplaatst mocht worden, komt voor zijn risico. Ten aanzien van de gestelde financiële gevolgen overweegt de rechtbank tot slot dat ook deze het directe gevolg zijn van het bouwen zonder te beschikken over een omgevingsvergunning en niet maken dat het college in strijd met zijn eigen welstandsbeleid de vergunning had moeten verlenen.
Conclusie en gevolgen
21 Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug en hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Spee, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.H.L. Debets, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 september 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.