Rb. Midden-Nederland 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6195
Deze uitspraak gaat over het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning voor bewoning van het voormalige postkantoor in Bussum (gemeentelijk monument) in afwijking van het bestemmingsplan. Aan de omgevingsvergunning is het voorschrift verbonden dat bij de nog in te dienen aanvraag voor de omgevingsplanactiviteit (bouwactiviteit) moet worden aangetoond dat het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de transformatie aanwezig is. Eiseres (een direct omwonende) voert aan dat het college de beoordeling van het aspect parkeren ten onrechte doorschuift, terwijl de parkeerbehoefte een gevolg is van de beoogde functiewijziging. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning met het daaraan verbonden voorschrift heeft kunnen verlenen. Artikel 12.27a van het Besluit kwaliteit leefomgeving biedt de mogelijkheid om een fasering aan te brengen in de vergunningverlening voor omgevingsplanactiviteiten. Omdat de onder de Wabo verleende omgevingsvergunning duidelijk aangeeft waar deze op ziet (het woongebruik) en het mede dankzij het aan de vergunning verbonden voorschrift duidelijk is dat met een aanvraag om omgevingsvergunning onder de Omgevingswet nog een beoordeling moet plaatsvinden aan het parkeervereiste, ziet de rechtbank geen belemmeringen voor het doorschuiven van dit aspect van beoordeling naar de volgende aanvraag, op de wijze zoals het college dat heeft gedaan. Ook is de rechtbank niet gebleken van onuitvoerbaarheid van de omgevingsvergunning. De transformatie van het monument is in principe mogelijk, maar afhankelijk van het bouwplan. Op voorhand is het plan niet onuitvoerbaar. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl