Rb. Midden-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5362

WOZ. Vastgestelde waarde niet meer in geschil omdat partijen bij wijze van compromis overeenstemming hebben bereikt. Het beroep is gegrond. PKV.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1416
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 30 juni 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: A. Oosters),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente] (de heffingsambtenaar), verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).

Inleiding

1 De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 28 februari 2023 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] vastgesteld op € 521.000,-. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2022 en geldt voor het belastingjaar 2023. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd.

1.1 De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 4 december 2023 (de bestreden uitspraak) het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatiematrix.

1.2 Het beroep is behandeld op de zitting van 24 februari 2026. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door W.S. Consenheim, collega van zijn gemachtigde. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [taxateur] , taxateur.

Beoordeling door de rechtbank

2 In deze zaak is de WOZ-waarde niet meer in geschil. Partijen zijn bij wijze van compromis overeengekomen dat de waarde in het economisch verkeer van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2022 € 495.000,- moet bedragen. De rechtbank sluit zich hierbij aan. Gelet hierop is het beroep gegrond. Dit betekent dat de heffingsambtenaar in de door eiser gemaakte proceskosten in bezwaar en beroep wordt veroordeeld en het betaalde griffierecht moet vergoeden.

3 De vergoeding voor de kosten van de bezwaar- en beroepsfase wordt met

toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld. De rechtbank zal

bij de vaststelling van de wegingsfactor aansluiting zoeken bij de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 oktober 2025 en het door de gerechtshoven gehanteerde Richtsnoer.

Overgangsrecht

4 Op 1 januari 2024 is artikel 30a van de Wet WOZ in werking getreden. Op grond

van het eerste en tweede lid worden de te vergoeden proceskosten vermenigvuldigd met de

daar bepaalde factor. Op grond van het overgangsrecht blijft deze wettelijke

vermenigvuldigingsfactor echter buiten toepassing ten aanzien van (I) de bezwaarfase, als

de aanslag van voor 1 januari 2024 dateert, en van (II) de beroepsfase, als de uitspraak op

bezwaar van voor 1 januari 2024 dateert.

Kosten bezwaarfase

5 In deze zaak dateert de aanslag van vóór 1 januari 2024, waardoor bij de

vaststelling van de proceskosten in de bezwaarfase de wettelijke vermenigvuldigingsfactor

van artikel 30a van de Wet WOZ buiten toepassing blijft. De rechtbank stelt de

proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase vast op € 1.332,- (1 punt voor het indienen

van het bezwaarschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de hoorzitting, met een waarde per

punt van € 666,- en wegingsfactor 1).

Kosten beroepsfase

6 De uitspraak op bezwaar dateert eveneens van vóór 1 januari 2024. De rechtbank

stelt de proceskosten voor de beroepsfase vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het

beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,-

en wegingsfactor 1).

Kosten deskundigenrapport

7 Eiser heeft daarnaast verzocht om vergoeding van de kosten voor het laten

opstellen van een deskundigenrapport. De kosten voor vergoeding van dit deskundigenrapport bedragen op basis van de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties € 106,- (€ 53 per uur bij een niet-inpandige taxatie).

Totale vergoeding

8 De totale vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in bezwaar en beroep

bedraagt daarmee € 3.306,-

9 Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar ook het door eiser

betaalde griffierecht van € 51,- vergoeden.

10 Op grond van artikel 30a, vierde lid, van de Wet WOZ mag de heffingsambtenaar

de in deze uitspraak toegekende proceskosten en het griffierecht uitsluitend uitbetalen op

een bankrekening die op naam staat van eiser. Voor dit artikel geldt geen overgangsrecht.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- verlaagt de waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] tot € 495.000,-

naar de waardepeildatum 1 januari 2022;

- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing

dienovereenkomstig wordt verminderd;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 3.306,- aan proceskosten aan eiser;

- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet voldoen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2026.

griffier
rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken