Rb. Midden-Nederland 1 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2172

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem vastgestelde WOZ-waarden voor de belastingjaren 2021 en 2023 van de onroerende zaak aan de adres in plaats (het object) niet te hoog zijn. Het object wordt gebruikt als Kinderdagverblijf en de heffingsambtenaar heeft het object gewaardeerd op basis van de gecorrigeerde vervangingswaarde, waarbij gebruik is gemaakt van de Taxatiewijzer Onderwijs. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat vanwege gebreken aan het object aanleiding bestaat voor een extra correctie in aanvulling op de correctie voor technische veroudering waar de heffingsambtenaar mee heeft gerekend. De vergelijking met de WOZ-waarde van het naburige pand is niet relevant bij waardering ogv de gecorrigeerde vervangingswaarde. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken