Rb. Midden-Nederland 27 januari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:188
Verzoek om een voorlopige voorziening. Beroep. Wateractiviteiten. Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen een omgevingsvergunning die het hoogheemraadschap heeft verleend om wateractiviteiten te verrichten op percelen in Bodegraven-Noord. Vergunninghouder wil 26 januari starten met deze wateractiviteiten zodat de percelen kunnen worden getransformeerd naar natuurgebied. Verzoekers vrezen dat het uitvoeren van de werkzaamheden leidt tot schade aan hun agrarische percelen in de vorm van vernatting of juist verdroging en veenoxidatie. De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat er – tot de behandeling van het beroep van verzoekers – activiteiten plaatsvinden die onomkeerbare gevolgen hebben voor de percelen van verzoekers. Het belang van vergunninghouder om alvast te kunnen starten met de werkzaamheden weegt daarom zwaarder. Het verzoek wordt afgewezen.