Rb. Midden-Nederland 24 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1870
Deze zaak draait om de vraag of de uitlatingen die gedaagde tijdens een gemeenteraadsvergadering over eiser heeft gedaan, en de publicatie (van delen) daarvan door gedaagden op hun socialemediakanalen, onrechtmatig waren. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat de uitlatingen zeer ingrijpend zijn geweest voor eiser en gedaagde haar woorden genuanceerder hadden kunnen kiezen, oordeelt de voorzieningenrechter dat deze uitlatingen niet onrechtmatig zijn. Gedaagde heeft namelijk als politica op basis van haar vrijheid van meningsuiting zeer veel ruimte om maatschappelijke thema’s aan te kaarten in de woorden die haar daarvoor het meest geschikt lijken. Deze vrijheid hebben gedaagden met hun publicaties niet overschreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl