Rb. Midden-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1516

Deze uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening gaat over de tijdelijke omgevingsvergunning die het college heeft verleend aan het COA voor het realiseren van een tijdelijke noodopvanglocatie voor de duur van twee jaar in de bestaande kantoorpanden aan de ir. D.S. Tuijnmanweg 1d en 3 in Vianen. Bij haar beoordeling stelt de voorzieningenrechter voorop dat zij uit wat verzoekers hebben aangevoerd en wat tijdens de zitting is besproken, niet de indruk heeft gekregen dat een situatie voor verzoekers is ontstaan, die maakt dat een spoedmaatregel moet worden getroffen om te voorkomen dat tot de beslissing op de bezwaren onomkeerbare dingen gebeuren. De noodzaak van extra opvangplekken voor asielzoekers is door het college en het COA concreet gemaakt, terwijl niet is gebleken dat de opvang van op dit moment 45 asielzoekers daadwerkelijk tot parkeer- en verkeersoverlast leidt. De voorzieningenrechter laat het algemene belang van opvang van deze 45 asielzoekers daarom in dit geval zwaarder wegen dan het belang van verzoekers, waarbij zij ook meeweegt dat geen sprake is van een onomkeerbare situatie. De verzoeken tot het schorsen van de tijdelijke omgevingsvergunning wijst de voorzieningenrechter dus af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen