Rb. Midden-Nederland 8 oktober 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5151
Aannemingsovereenkomst. Eiser heeft gedaagde opdracht gegeven om verbouwwerkzaamheden in zijn woning uit te voeren. Eiser stelt dat gedaagde gebrekkig werk heeft geleverd en vordert vervangende schadevergoeding. Deze vordering wordt afgewezen, omdat gedaagde niet in verzuim is geraakt. Eiser heeft aanvullende voorwaarden gesteld voor een poging tot herstel door gedaagde. Gedaagde is daarom geen reële kans geboden tot ongeclausuleerde nakoming van de overeenkomst. Eiser is daardoor in schuldeisersverzuim geraakt. De tegenvordering van gedaagde tot betaling van een deel van de aanneemsom en meerwerk wordt toegewezen. Het beroep van eiser op opschorting wordt verworpen in verband met zijn schuldeisersverzuim. Het beslag op de bankrekening van gedaagde wordt opgeheven.
De uitspraak op rechtspraak.nl