Rb. Midden-Nederland 5 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4821

Aan het bedrijf zijn twee boetes opgelegd, wegens overtreding van – kort gezegd – normen die voortvloeien uit de SEVESO III-richtlijn. De rechtbank oordeelt dat de minister beide boetes heeft mogen opleggen. Ten aanzien van 1 boete was de overtreding ook niet in geschil. Ten aanzien van de andere (en hoogste) boete vindt de rechtbank dat de minister goed heeft onderbouwd dat sprake was van een overtreding. De minister heeft eerder nadere eisen opgelegd vanwege de geconstateerde overtreding. Het bedrijf erkent dat zij niet aan alle eerdere opgelegde eisen heeft voldaan, omdat het bedrijf die eisen onredelijk vindt. Maar het bedrijf heeft ook niet onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat niettemin toch – op andere wijze - aan de norm wordt voldaan. De rechtbank ziet wel aanleiding tot matiging van de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn en de termijn als bedoeld in artikel 5:51 van de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken