Rb. Midden-Nederland 23 juli 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3763
Tussenuitspraak. Zaaknummers 25/2443, 25/2444, 25/2440, 25/2446, 25/2442 en 25/2447. In deze zaken gaat het over de vraag of de gerealiseerde CNG-bufferopslag met afblaasvoorzieningen kan worden aangemerkt als een gelijkwaardige maatregel in de zin van het Bal. Eiseressen vinden dat dit zo is en baseren zich daarbij (onder meer) op een rapport van Peutz. Het college vindt dat er geen sprake is van een gelijkwaardige maatregel, omdat voor de behuizing van de CNG-bufferopslag onverkort een brandwerendheid van 60 minuten geldt. De enige andere voorstelbare gelijkwaardige maatregel zou er volgens het college uit bestaan door in een straal van 10 meter om de CNG-bufferopslag geen objecten neer te zetten. Op verzoek van de rechtbank heeft de STAB op 12 juni 2025 een advies uitgebracht. De STAB heeft geconcludeerd dat de CNG-bufferopslag met afblaasvoorzieningen niet als gelijkwaardige maatregel kan worden aangemerkt. Peutz heeft op 20 juni 2025 op het STAB-advies gereageerd. De rechtbank kan nog niet beoordelen of de CNG-bufferopslag met afblaasvoorzieningen zou kunnen worden aangemerkt als gelijkwaardige maatregel. De rechtbank verzoekt eiseressen daarom om een aantal punten (r.o. 26-29) inzichtelijk te maken en indien nodig nader te onderbouwen, zodat de STAB dit mee kan nemen in een nader advies over de gelijkwaardigheid van de getroffen maatregel. De rechtbank geeft de STAB de opdracht om een nader advies te geven. De rechtbank schorst de verhoogde lasten onder dwangsom tot de datum van de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak op rechtspraak.nl