Rb. Midden-Nederland 25 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3032
Eiser heeft terecht de buitengerechtelijke ontbinding van de franchise overeenkomsten met gedaagden ingeroepen. De ingeroepen buitengerechtelijke ontbinding van de onderhuurovereenkomsten is niet rechtsgeldig, omdat ontbinding op grond van de wet uitsluitend door de rechter kan worden uitgesproken. De onderhuurovereenkomsten zin evenwel onlosmakelijk verbonden met de franchiseovereenkomsten en zijn na de ontruiming uit het gehuurde ook de facto beëindigd. Gedaagden zijn gedurende lange tijd tekort geschoten in hun betalingsverplichtingen. Gedaagden worden veroordeeld om de vervallen termijnen van de franchise fee, de huurtermijnen, de boetes en wettelijke rente aan eiser te betalen. Eiser heeft jegens gedaagden niet onrechtmatig gehandeld. Vergoeding van schade is dan ook niet aan de orde. Of eiser een vergoeding voor goodwill is verschuldigd aan gedaagden is in deze procedure niet vast te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl