Rb. Midden-Nederland 6 juni 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2756
Veroordeling voor belaging van zijn ex-partner voor een periode van ongeveer vier maanden. Het bewezenverklaarde wordt in verminderde mate aan verdachte toegerekend. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 300 dagen, met aftrek van het voorarrest, en legt aan verdachte een tbs-maatregel met voorwaarden op. De rechtbank beveelt dat deze maatregel en de daarbij de stellen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De rechtbank wijkt af van de vordering van de officier van justitie, omdat de rechtbank een tbs-maatregel met dwangverpleging in dit geval niet proportioneel acht. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij geheel toe. De proeftijd van de vordering tenuitvoerlegging wordt met één jaar verlengd.
De uitspraak op rechtspraak.nl