Rb. Midden-Nederland 7 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:2130
Pacht. Vader en moeder hebben een perceel agrarische grond aan hun dochter en schoonzoon verkocht en geleverd. Schoonzoon is daardoor eigenaar geworden van de (onverdeelde) helft van het perceel. Na het eindigen van de relatie tussen dochter en schoonzoon beroepen vader en moeder zich op dwaling en vorderen dat schoonzoon zijn aandeel in het perceel aan hen teruglevert. Het dwalingsberoep faalt. Het perceel wordt tussen dochter en schoonzoon verdeeld. Verder voeren schoonzoon en zijn broer een agrarische onderneming. Zij stellen het perceel te hebben gepacht en vorderen schriftelijke vastlegging daarvan. Deze vordering wordt toegewezen. De pachtovereenkomst wordt echter ontbonden wegens ontoelaatbare gedragingen van schoonzoon en broer (de pachters) tegenover vader (de vader van één van de verpachters).
De uitspraak op rechtspraak.nl