Rb. Midden-Nederland 16 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1853

Toekomstige vordering van hypotheekhouder valt onder het hypotheekrecht (art. 3:231 lid 2 BW jo. art. 3:260 lid 1 BW). Hypotheeknemer moet de kosten voor de opgestarte executie betalen (art. 3:270 lid 1 BW). Oneerlijk beding, maar terugvalverbod is niet van toepassing. Hypotheekhouder mag de executieverkoop hervatten. Geen (gedeeltelijke) subrogatie (art. 6:150 BW).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken