Rb. Midden-Nederland 12 maart 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1007

In deze zaak stelt de werknemer zich op het standpunt dat zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op grond van artikel 2b van de Wet flexibel werken (Wfw) is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd omdat de werkgever niet tijdig en gemotiveerd heeft gereageerd op zijn verzoek om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werkgever betwist dit. Zij stelt dat alleen werknemers met atypische vormen van werk een beroep kunnen doen op artikel 2b Wfw en dat een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geen atypische vorm van werk is. De kantonrechter stelt de werkgever in het gelijk en wijst de vorderingen van de werknemer af.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken