Rb. Midden-Nederland 5 december 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:6626

De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 25 juni 2023 als bestuurder van een personenauto een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval op de A1 heeft veroorzaakt door roekeloos te rijden. Verdachte is, terwijl hij onder invloed was van bijna twee keer de toegestane hoeveelheid cocaïne en meer dan vijftien keer de toegestane hoeveelheid GHB en niet in het bezit was van een rijbewijs, in de auto gestapt en is gaan rijden. Verdachte heeft vervolgens zeer gevaarlijk rijgedrag vertoond door onder meer de ter plaatse toegestane maximumsnelheid te overschrijden, ernstig te slingeren en gevaarlijk in te halen. Verdachte is op enig moment de controle over zijn voertuig verloren en is in botsing gekomen met de auto van de slachtoffers die voor hem reden, als gevolg waarvan zij (zwaar) lichamelijk letsel hebben opgelopen. De rechtbank veroordeeld verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan drie maanden voorwaardelijk en een proeftijd van drie jaren opleggen. De rechtbank acht een lange proeftijd aangewezen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Daarnaast legt de rechtbank een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vier jaren op. Ten aanzien van feit 3 legt de rechtbank een hechtenis voor de duur van twee weken op. Aan het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden verbinden die zijn geadviseerd door de reclassering, te weten: een meldplicht, een ambulante behandeling, meewerken met middelencontrole en meewerken bij het vinden en behouden van dagbesteding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen