Rb. Midden-Nederland 8 februari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:581

De rechtbank heeft een 25-jarige man uit Utrecht veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval met lichamelijk letsel tot gevolg tot een taakstraf van de maximale duur van 240 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar. Verdachte heeft met een aanzienlijk hogere snelheid dan toegestaan een kruispunt genaderd en is daar door rood licht gereden, waarna hij in botsing is gekomen met een van links komende motorrijder. Het rijden met te hoge snelheid en het rijden door rood licht levert twee verkeersovertredingen op. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van een ernstige schending van deze verkeersregels en dat verdachte ook opzet heeft gehad op deze schending. Het voorgaande heeft ertoe geleid dat de rechtbank het rijgedrag van verdachte heeft aangemerkt als roekeloos. Het standpunt van de officier van justitie hield daarentegen in dat het rijgedrag van verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend was. Dat betekent dat de rechtbank een zwaardere vorm van schuld bewezen heeft geacht dan de officier van justitie. Om die reden heeft de rechtbank ook een zwaardere straf opgelegd dan de straf die de officier van justitie had geëist. Tussen verdachte en het slachtoffer heeft mediation plaatsgevonden, maar de rechtbank heeft de uitkomst daarvan niet als strafmatigend meegenomen bij de strafoplegging. Alhoewel de uitkomst volgens de overeenkomst geslaagd was, heeft de mediation voor het slachtoffer niet opgeleverd waar hij op had gehoopt. Dit heeft te maken met het nog altijd ontbreken van het inzicht van verdachte in zijn handelen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen