Rb. Midden-Nederland 30 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5530

Deze zaak gaat over de vaststelling van de subsdie voor een project dat voortijdig is gestopt. Niet alle activiteiten zijn uitgevoerd. De minister heeft daarom de subsidie lager vastgesteld. Dat mag, maar de minister had zich wel moeten baseren op de werkelijk door eiseres gemaakt kosten in plaats van een schatting van die kosten. Dat is de hoofdregel die volgt uit de Awb en uit het verleningsbesluit. Eiseres mocht er ook vanuit gaan dat de werkelijk door haar gemaakte kosten leidend zouden zijn bij de subsidievaststelling. Het eindrapport dat zij heeft overgelegd is namelijk voorzien van een goedkeuring van de accountant. De minister moet een nieuwe vaststelling van de subsidiabele kosten maken. Er zijn wel kosten die daarbij niet hoeven te worden gesubsidieerd, zoals bijv. de kosten die door derde partijen zijn gemaakt. De minister moet ook beoordelen in hoeverre eiseres een verwijt gemaakt kan worden voor het voortijdig beëindigen van het project. Het beroep is gegrond en er moet een nieuw besluit worden genomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken