Rb. Midden-Nederland 11 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5261

Wet op de kansspelen en Wet bibob, intrekking van vergunningen voor het exploiteren van speelautomaten. De bestuurder van de bedrijven is belanghebbende en heeft procesbelang, omdat er een reële mogelijkheid is dat hij wordt geraakt in een belang dat hij ontleent aan het fundamentele recht van de bescherming van zijn eer en goede naam. Hij wordt in het bibob-onderzoek in verband gebracht met een persoon die strafbare feiten heeft gepleegd, die gelet op de aard van die feiten op hem kunnen afstralen. De kansspelautoriteit heeft terecht vastgesteld dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunningen mede worden gebruikt voor het benutten van voordeel uit strafbare feiten, vanwege de vermogensverschaffing door een persoon die is veroordeeld voor vermogensdelicten en van wie ruim 24 miljoen euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel is ontnomen. Hoewel dat voor de eiser onbevredigend is, behoeven de beroepsgronden over het zakelijk samenwerkingsverband met een andere strafrechtelijk veroordeelde persoon geen bespreking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken