Rb. Midden-Nederland 11 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5261
Wet op de kansspelen en Wet bibob, intrekking van vergunningen voor het exploiteren van speelautomaten. De bestuurder van de bedrijven is belanghebbende en heeft procesbelang, omdat er een reële mogelijkheid is dat hij wordt geraakt in een belang dat hij ontleent aan het fundamentele recht van de bescherming van zijn eer en goede naam. Hij wordt in het bibob-onderzoek in verband gebracht met een persoon die strafbare feiten heeft gepleegd, die gelet op de aard van die feiten op hem kunnen afstralen. De kansspelautoriteit heeft terecht vastgesteld dat er sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunningen mede worden gebruikt voor het benutten van voordeel uit strafbare feiten, vanwege de vermogensverschaffing door een persoon die is veroordeeld voor vermogensdelicten en van wie ruim 24 miljoen euro aan wederrechtelijk verkregen voordeel is ontnomen. Hoewel dat voor de eiser onbevredigend is, behoeven de beroepsgronden over het zakelijk samenwerkingsverband met een andere strafrechtelijk veroordeelde persoon geen bespreking.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Rb. Midden-Nederland 11 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5260
- Rb. Midden-Nederland 11 september 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5262
- ABRvS 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2022
- HR 12 februari 2019, ECLI:NL:HR:2019:212
- CRvB 7 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3474
- Hof Amsterdam 13 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:448
- ABRvS 15 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2226
- ABRvS 28 januari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:226
- ABRvS 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2341
- CBb 12 maart 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV8515