Rb. Midden-Nederland 21 juni 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:3854
Wet vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs, beoordeling van de bekostigingsmaatstaf van personeelskosten in de overgangsperiode van augustus tot en met december 2022. Op verzoek van 222 schoolbesturen uit heel Nederland toetst de rechtbank of de overgangsregeling van de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs in overeenstemming is met de uit de (Grond)wet volgende maatstaf dat de overheid het leerplichtige onderwijs bekostigt. De rechtbank oordeelt dat de ministeriële regeling hiermee in strijd is, omdat deze voorziet in een ten opzichte van een heel schooljaar onevenredige, lagere bekostiging van personeelskosten. Deze onderbekostiging wordt niet weggenomen door de gevolgen van de de regeling voor ‘overlopende kosten’ uit 2006 en ook niet door de wijze waarop de wetgever met de ‘vordering OCW’ is omgegaan. De rechtbank verklaart de betreffende bepalingen uit de regeling onverbindend. De minister moet alsnog in toereikende bekostiging voorzien.
De uitspraak op rechtspraak.nl