Rb. Midden-Nederland 30 mei 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:3334
Tozo. De minister van sociale zaken en werkgelegenheid en de colleges van B&W van drie gemeentes verschillen van mening over de vraag op welke informatie de minister de hoogte van de vergoeding voor de uitvoering van de Tozo aan de colleges moest baseren en of de minister terecht een deel van de aan de colleges verstrekte voorschotten terugvordert. De rechtbank oordeelt dat het in deze zaken onzorgvuldig is dat de minister de vergoeding voor de uitvoering van de Tozo heeft gebaseerd op de verantwoordingsinformatie waar hij op – de uiterste inleverdatum van - 30 september 2021 over beschikte. De colleges hebben de minister al op 8 september 2021 gemeld dat de verantwoordingsinformatie niet correct was en om uitstel verzocht. Het had in deze zaken op de weg van de minister gelegen om bij de colleges aanvullende informatie op te vragen dan wel de in maart 2022 door de colleges overgelegde verantwoordingsinformatie bij de vaststelling van de vergoeding te betrekken voordat hij op 5 juli 2022 het primaire besluit nam. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl