Rb. Midden-Nederland 15 mei 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:3001

DePlaatsmaker huurde van de gemeente Utrecht een pand waarin zij 70 units aan kunstenaars onderverhuurden. DePlaatsmaker heeft de huurovereenkomst met de gemeente opgezegd en daarna ook de onderhuurovereenkomst met de kunstenaars opgezegd. Drie van de kunstenaars, de gedaagden, hebben het pand niet op tijd verlaten en hebben het slot van de voordeur van het pand vervangen. De Plaatsmaker vordert dat gedaagden alsnog het pand moeten ontruimen en dat zij de sleutels van het nieuwe slot moeten afgeven. Deze vorderingen worden toegewezen, maar de gedaagden krijgen wel langer de tijd om het pand te verlaten dan De Plaatsmaker heeft gevraagd, namelijk tot 1 juli 2024. De reden daarvoor is dat DePlaatsmaker bij de opzegging van de huurovereenkomst met de gemeente onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van gedaagden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen