Rb. Midden-Nederland 7 mei 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2836

Uitspraak over 433 zaken vanwege niet tijdig beslissen door de officier van justitie op administratieve beroepen tegen verkeersboetes op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. De rechtbank gaat in op de bevoegdheid van de kantonrechter als bijzondere bestuursrechter en beoordeelt het procesbelang bij niet tijdig beslissen in Wahv-zaken. Zonder door de wetgever gegeven rechterlijke instrumenten is er geen ruimte om de Algemene wet bestuursrecht naar analogie toe te passen, waarbij wordt benadrukt dat dit geen oproep aan de wetgever is om hierin alsnog te voorzien. Vanwege het belang voor de rechtsontwikkeling bij dit oordeel is – ondanks de wijze van procederen door de gemachtigde – geen verder onderzoek gedaan naar misbruik van recht en naar het bereik van de volmacht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken