Rb. Midden-Nederland 23 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:252
De rechtbank heeft een 56-jarige vrouw veroordeeld voor het feitelijk leiding geven aan verduistering en valsheid in geschrift. De rechtbank heeft een taakstraf opgelegd van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. Als bijkomende straf heeft de rechtbank verdachte ontzet uit de uitoefening van het beroep van bestuurder van een bewindvoeringskantoor voor de duur van drie jaren. Deze straf is bijna gelijk aan de eis van de officier van justitie. De officier van justitie had ook de openbaarmaking van de veroordeling gevorderd, maar dat kan volgens de wet niet voor de veroordeling van valsheid in geschrift. In het ontnemingsvonnis heeft de rechtbank ten slotte de verplichting opgelegd tot betaling van € 61.044,34 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Verdachte was directrice / leidinggevende van een bewindvoeringsbueau. Zij had samen met medeverdachte de leiding over dit bureau. De rechtbank heeft vastgesteld dat bij het beheer van de rekeningen van de cliënten door het bureau te veel onkostenvergoeding werd uitgekeerd naar de bankrekening van het bewindvoeringskantoor. Ook heeft de rechtbank vastgesteld dat het voorkwam dat na het verstrekken van voorschotten aan cliënten, hogere bedragen werden teruggestort naar de rekening van het bewindvoeringskantoor. Op die manier heeft het bewindvoeringskantoor zich geld van zijn cliënten wederrechtelijk toegeëigend. Ondanks de geconstateerde onregelmatigheden, heeft het bewindvoeringsbureau de rekeningen en verantwoording van het beheer van de rekeningen van zijn cliënten kloppend laten maken door zijn medewerkers. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank valsheid in geschrift op. Op deze manier zijn immers onjuiste bedragen opgenomen in de rekeningen en verantwoording en stemde de inhoud niet overeen met de werkelijkheid. Daarmee heeft het bewindvoeringsbureau de toezichthoudende rechtbank misleid. De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte hiervoor als leidinggevende verantwoordelijk kan worden gehouden.
De uitspraak op rechtspraak.nl