Rb. Midden-Nederland 17 januari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:194
[eiseres] is eind 2018 opgericht met [A] en [gedaagde sub 3] als indirecte grootaandeelhouders en bestuurders. [eiseres] is nu een lege vennootschap met alleen [A] als indirect bestuurder. Volgens [eiseres] hebben [gedaagde sub 4], [gedaagde sub 3] en zijn vennootschappen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ervoor gezorgd dat [eiseres] zonder product en middelen is achtergelaten en haar concrete ‘corporate opportunities’ (zakelijke kansen) heeft verloren. Zij vordert onder meer een voorschot op de schade die zij daardoor heeft geleden. [gedaagde sub 2] c.s. betwisten dat zij [eiseres] corporate opportunities hebben ontnomen. De rechtbank stelt hen hierna in het gelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl