Rb. Midden-Nederland 13 maart 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:1510

Veroordeling voor artikel 6 WVW; het veroorzaken van aanrijding met dodelijke afloop. De rechtbank is van oordeel dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld. Verdachte heeft meerdere inschattingsfouten gemaakt en verkeerde beslissingen genomen, met fatale gevolgen voor het slachtoffer. De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis, geheel voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. Ook legt de rechtbank aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op voor de duur van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. Met oplegging van de hiervoor genoemde straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht. Schuldigverklaring zonder oplegging van straf zou hieraan tekort doen. De rechtbank is echter ook van oordeel dat met oplegging van een onvoorwaardelijke straf geen redelijk strafdoel meer gediend is, waarbij met name rekening is gehouden met de persoon van verdachte, haar opstelling gedurende de procedure, en de mate waarin zij al geraakt is door de gevolgen van het feit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen