Rb. Midden-Nederland 29 november 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:6401
Verschoningsverzoek ongegrond. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid zal ontbreken. Het enkele feit dat de zaak van de verdachte wordt behandeld door een rechter die eerder in de zaak tegen de medeverdachte het oordeel heeft uitgesproken, levert namelijk geen zwaarwegende aanwijzing op dat er sprake is van (gerechtvaardigde vrees) voor vooringenomenheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl