Rb. Midden-Nederland 26 juli 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:3847
Essent heeft de energietarieven met ingang van 7 november 2022 verhoogd op grond van het in de algemene voorwaarden opgenomen wijzigingsbeding. [eiser] kwalificeert het beding als oneerlijk en heeft vernietiging van het beding gevorderd. De kantonrechter is van oordeel dat het ter discussie gestelde wijzigingsbeding niet kan worden aangemerkt als oneerlijk in de zin van Richtlijn Oneerlijke Bedingen en (daarmee) ook niet als onredelijk bezwarend op grond van artikel 6:233 onder a BW. Het beding voldoet niet volledig aan het transparantievereiste, maar dat betekent nog niet dat het beding automatisch als oneerlijk dient te worden gekwalificeerd. Bij de beoordeling van het oneerlijke karakter van een beding moet worden nagegaan wat het cumulatieve effect is van alle bedingen van de betrokken overeenkomst. Het wijzigingsbeding biedt aan [eiser] onder 19.2 en 19.4 de mogelijkheid de overeenkomst te beëindigen/op te zeggen na aankondiging van die tariefswijziging. Het bieden van die mogelijkheid biedt naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel voldoende consumentbescherming tegen eenzijdige prijswijzigingen en voor de nadelige gevolgen van het wijzigingsbeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl