Rb. Midden-Nederland 31 januari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:333

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten op 15 juni 2022 in Amersfoort een winkel overvallen. Zij hebben de eigenaars bedreigd met een doorgeladen vuurwapen en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en daarbij geweld gebruikt tegen de eigenaar. Bij de overval is door verdachte een Rolex horloge meegenomen. Vervolgens heeft verdachte op 11 juli 2022 samen met zijn medeverdachten midden in de nacht geprobeerd een gezin in hun woning te beroven, omdat zij dachten dat daar dure horloges en grote bedragen geld buit gemaakt konden worden. Ook hierbij werd gebruik gemaakt van een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) en een mes, en is geweld gebruikt tegen meerdere gezinsleden. De zoon van het gezin is door verdachte meerdere keren met een mes in zijn bovenlichaam gestoken. De andere gezinsleden zijn bedreigd met een vuurwapen. De moeder van het gezin is omver gelopen, als gevolg waarvan zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Zoals volgt uit de ter terechtzitting voorgehouden verklaringen van de slachtoffers heeft verdachte met zijn handelen in één klap het leven van de slachtoffers volledig op zijn kop heeft gezet. Tot op de dag van vandaag ondervinden zij allen nog steeds de enorme impact en de psychische gevolgen van de overval op hun dagelijks leven. Ook ondervinden de zoon en moeder van het gezin nog steeds de, al dan niet blijvende, gevolgen van de lichamelijke letsels die zij hebben opgelopen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij op geen enkel moment stil heeft gestaan bij de gevolgen van zijn handelen voor zijn slachtoffers en zich enkel heeft laten leiden door zijn behoefte om snel aan geld te willen komen. Daarbij heeft verdachte niet geaarzeld om gebruik te maken van wapens en grof geweld als de slachtoffers niet meewerken en/of zich verzetten. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan heling van een scooter en het bezit van een BB gun. Verdachte was minderjarig op het moment dat hij deze feiten pleegde. Een psycholoog en psychiater hebben over verdachte een rapport en advies uitgebracht. De rechtbank heeft verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen opgelegd. Bij het bepalen van de hoogte van de jeugddetentie heeft de rechtbank in grote mate rekening gehouden met het belang van verdachte om, gelet op zijn problematiek, zo spoedig mogelijk te kunnen starten met de behandeling in het kader van de aan hem opgelegde PIJ-maatregel. De rechtbank is echter van oordeel dat niet kan worden volstaan met een jeugddetentie die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest Verdachte wordt daarom veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 10 maanden met aftrek van het voorarrest. Ook moet verdachte de slachtoffers een schadevergoeding betalen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen