Rb. Midden-Nederland 28 september 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3858
Er is sprake van bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 2:248 lid 1 en lid 2 BW vanwege een ondeugdelijke administratie bij de gefailleerde vennootschappen, maar ook vanwege onbehoorlijk bestuur op materiële gronden. De bestuurder heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat andere feiten en omstandigheden, dan de onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur, hebben geleid tot de faillissementen. Aan bestuurder is een bestuursverbod opgelegd vanwege de ernst van de verwijten. De curator heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd dat de broer van de bestuurder feitelijk beleidsbepaler is geweest.
De uitspraak op rechtspraak.nl