Rb. Midden-Nederland 13 juli 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2816

Vonnis over bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht naar aanleiding van antwoorden van het HvJEU op prejudiciële vragen. De rechtbank stelt vast dat zij op grond van artikel 7 lid 2 Brussel I-bis bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van de curator van een failliete Nederlandse B.V. wegens de gestelde onrechtmatige daad van de Duitse grootmoedervennootschap, bestaande uit een schending van haar zorgplicht ten opzichte van de gezamenlijke schuldeisers van de Nederlandse B.V. De rechtbank verklaart zich ook bevoegd ten aanzien van een soortgelijke vordering van een stichting die in het hoofdgeding is tussengekomen en die de belangen behartigt van een aantal schuldeisers van de failliete Nederlandse B.V. De rechtbank oordeelt verder dat op grond van artikel 4 Rome II Nederlands recht van toepassing is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen