Rb. Midden-Nederland 15 juni 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:2292

Verdachte wordt verdacht van negen verschillende feiten. Vrijspraak van het onder feit 1, feit 2, feit 7 en feit 8 tenlastegelegde: De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 (o.a. het opzettelijk in voorraad hebben van een hoeveelheid Cobra-pillen waarvoor geen handelsvergunning geldt) en feit 2 (o.a. het opzettelijk in voorraad hebben van een hoeveelheid Cobra-pillen zonder vergunning) tenlastegelegde heeft begaan en zal verdachte hiervan vrijspreken. De bij verdachte thuis aangetroffen pillen zijn niet onderzocht door de IGJ, waardoor geen duidelijkheid bestaat over de werkzame stof en het gehalte daarvan in de pillen, zodat mede gezien hetgeen de IGJ daarover vermeldt niet is vast te stellen of voor deze pillen een handelsvergunning is verleend in Nederland. Naar het oordeel van de rechtbank kan er op basis van de enkele foto van de bij verdachte aangetroffen pillen niet van worden uitgegaan dat de aangetroffen pillen bij verdachte dezelfde pillen zijn als de pillen die in beslag zijn genomen bij de medeverdachte. Daarbij komt nog dat van de in de woning van verdachte aangetroffen pillen geen verpakking is aangetroffen, terwijl de IGJ bij de medeverdachte juist aan de hand van de verpakking van de in beslag genomen pillen heeft kunnen vaststellen dat voor die pillen geen handelsvergunning is verleend in Nederland. De rechtbank is ten aanzien van het onder feit 7 tenlastegelegde van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte zich op 2 maart 2021 schuldig heeft gemaakt of een bijdrage heeft geleverd aan de productie van GHB. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken. De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal dan wel heling van de koper en/of elektrakabels. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij voor feit 8. Bewezenverklaring van het onder feit 3, feit 4, feit 5, feit 6 en feit 9 primair tenlastegelegde: Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van amfetamine (feit 3), het voorhanden hebben van munitie en verschillende wapens (feit 4, feit 5 en feit 6) en een diefstal (feit 9 primair). Straf: De ernst van alleen al het bewezenverklaarde feit onder 4 A, het voorhanden hebben van meerdere geweren, rechtvaardigt en vereist de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet daarop en gelet op de overige feiten die bewezen zijn verklaard, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 181 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden is. De rechtbank acht daarnaast een taakstraf voor de duur van 70 uren passend. Het dragen van een sabel is een overtreding (feit 5). De rechtbank acht een werkstraf van 10 uren passend voor dat feit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken