Rb. Midden-Nederland 23 december 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:6197

Fusiebesluit van overkoepelende stichting ten aanzien van twee scholen in het voortgezet onderwijs. De geleding van ouders en leerlingen van de medezeggenschapsraad van een van de scholen vordert, samen met twee ouders van leerlingen van die school, in kort geding een verbod jegens de stichting tot het uitvoeren van het fusiebesluit. De grondslag van de vorderingen is de nietigheid en vernietigbaarheid van het fusiebesluit op grond van artikel 2:14 BW en 2:15 BW. De voorzieningenrechter oordeelt op het ontvankelijkheidsverweer van de stichting dat de geleding en de twee ouders bevoegd zijn om in rechte op te treden en belang hebben bij hun vorderingen. De vorderingen worden afgewezen omdat het fusiebesluit niet in strijd is met de wettelijke bepalingen die gelden voor de totstandkoming daarvan (artikel 53 f lid 1 WVO en artikel 10 aanhef en sub h WMO). De ouders komt geen beroep toe op artikel 2:15 lid 1 sub b BW omdat hun contractuele betrokkenheid bij de stichting niet beheerst wordt door artikel 2:8 BW. Jegens de geleding van ouders en leerlingen van de medezeggenschapsraad, waarvan de betrokkenheid met de stichting wel beheerst wordt door artikel 2:8 BW, is het fusiebesluit gelet op alle omstandigheden niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:15 lid 1 sub BW.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen